De middeleeuwen
Lichtenvoorde betekent ‘een gemakkelijk doorwaadbare plaats in een rivier’. In de tijden dat er nog geen bruggen waren, werd een rivier overgestoken door een ondiepe plek in de rivier te zoeken (een zogenaamde Voorde) en daar de oversteek te wagen. Bij Bredevoort was die voorde kennelijk breed, bij Lichtenvoorde was de oversteek ‘licht’. Licht heeft hier de betekenis van gemakkelijk. Bij die makkelijk doorwaadbare plek in de rivier ontwikkelt zich langzamerhand een nederzetting.
Gijsbert, heer van Bronkhorst, laat in de eerste jaren van de 14e eeuw een kasteel bouwen bij de voorde. Hierdoor kon de heer de doorwaadbare plaats controleren en er tol heffen. Op een bepaald moment moeten de inwoners van Lichtenvoorde aan hun heer gevraagd hebben om een gracht om hun nederzetting te mogen graven. Die toestemming is verleend. Het mogen graven van een gracht is een stadsrecht. Het was gebruikelijk dat zo’n overeenkomst schriftelijk werd vastgelegd, maar tot nu toe is dit document nog in geen enkel archief boven water gekomen. De gracht om Lichtenvoorde is op verschillende plekken archeologisch aangetoond. Dat er ook een wal (mogelijk met daarop een palissade) is aangelegd, is zeer waarschijnlijk. De straatnaam ‘Bleekwal’ houdt de herinnering hieraan levend.
Bij de foto:
Grafveld bij de Avinkweg in Lievelde. Het is aangelegd in de 7e eeuw. Er lagen onder andere een belangrijke vrouw en een molenaar begraven. Deze laatste lag met zijn hoofd op een handmolensteen. De opgraving van het grafveld in 1937 wakkerde de interesse voor geschiedenis aan bij Bernard Weenink, toen de eigenaar van het Erve Kots. Daarmee werd de kiem gelegd voor het huidige Openluchtmuseum Erve Kots.