Onderwijs

De oudste vermelding van een school in Lichtenvoorde dateert uit 1602. In dat jaar werd vermeld dat de schoolmeesters van Grol wegens armoede waren vertrokken en dat 'de Papisten van Grol hare kinderen naar Lichtenvoorde ter scholen zijn schickende.' Het betrof een school met een onbekend gebleven, maar vermoedelijk katholieke, leerkracht.

Een document uit 1603 maakt melding van een schoolmeester die al enkele jaren door een aantal inwoners van de “Vlecken Lichtenforde” uit eigen middelen werd onderhouden en betaald. Na de invoering van de gereformeerde staatsgodsdienst werd op 18 juni 1616 Henricus Kemner aangesteld als schooldienaar in Lichtenvoorde. Om in zijn onderhoud te voorzien, vervulde hij ook de functies van koster en voorzanger van de Johanneskerk, en luidde hij de klok bij brand en onraad.

In 1650 werd Willem Jansen Bercklaer benoemd tot “schoolmeyster.” Net als zijn voorgangers had hij veel bijbanen, wat volgens sommigen ten koste ging van het lesgeven. In 1666 moest hij zijn functie neerleggen vanwege de invallen van de bisschop van Münster. Vanaf 1679 was Johan van Leeuwen schoolmeester, een functie die hij tot zijn overlijden in 1712 bekleedde. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Damianus van Leeuwen, die de jeugd van Lichtenvoorde “in alle gottstaligheid, lezen en schrijven” onderwees.

Op 5 september 1735 trof een grote ramp Lichtenvoorde: een groot deel van de bebouwing ging in vlammen op, waaronder ook de school. Het “stadtschoolhuijs” werd volledig verwoest. Veel kinderen gingen in die tijd weinig naar school. In het voorjaar werkten ze op het land, en in de zomer hielpen ze bij de oogst. In de winter gingen meer kinderen naar school, vaak naar kleine huisscholen in de buurt. Alleen in Lichtenvoorde en Zieuwent waren erkende scholen.

In 1815 werd het oude Poorthuis aan de Rapenburgsestraat (nu Han te Woerd) verbouwd tot een school. Schoolmeester Gerrit Hendrik Schepers, die aan de Varkensmarkt woonde, gaf daar les. In 1826 werd duidelijk dat het schoolgebouw in slechte staat verkeerde. In 1828 besloot de gemeente deze situatie aan te pakken door een pand aan de Ganzenmarkt te kopen.

Na het overlijden van Gerrit Hendrik Schepers in 1842 werd hij opgevolgd door Albertus Braakman, die een jaarsalaris van 250 gulden verdiende. Het schoolgebouw aan de Ganzenmarkt werd in 1856 grondig verbouwd. In 1874 trad het Kinderwetje van Van Houten in werking, dat kinderen onder de 12 jaar verbood fabrieksarbeid te verrichten, hoewel veldarbeid nog wel was toegestaan. Dit leidde tot een toename van het aantal schoolgaande kinderen, waardoor het gebouw aan de Ganzenmarkt/Rentenierstraat te klein werd.

In 1887 werd daarom een nieuwe openbare school aan de Dijkstraat gebouwd. Voor meer informatie verwijs ik u naar Een boekje open: R.K. Jongensschool - St. Jorisschool van Godfried Nijs.