Dijkstraat
Dijkstraat
Raadsbesluit van 23 april 1920
De betekenis van de Dijkstraat, vroeger achtereenvolgens de Weg van Lichtenvoorde naar Aalten en Den Dijk of Den Diek genoemd, ligt verankerd in haar eigen historie. Want om de doorgang van het toenmalige verkeer niet te belemmeren, en tegelijkertijd de rest van het dorp tegen wateroverlast te vrijwaren, werd de Dijkstraat in de achter ons liggende eeuwen stelselmatig opgehoogd.
De straat werd toen ongeveer in het midden doorsneden door de Pillenbeek; in regenachtige tijden een tamelijk woeste stroom die maar al te vaak, zelfs nog tot halverwege de twintigste eeuw, de weilanden aan de zuidzijde van de dijk blank zette. In 1922, de straat was al verhard met grind, besloot de raad om de Dijkstraat geleidelijk met klinkers te bestraten.
Om en nabij dat jaar besloot men ook om de brug over de beek te verwijderen. Daarvoor in de plaats kwamen duikers.
In 1925 werd de straat nog aanmerkelijk verbreed. Dijkstraat: kern D3-E3 Raadsbesluit van 23 april 1920 . In 1925 werd de straat nog aanmerkelijk verbreed. Nadat tussen 1960 en 1970 de waterlopen in en rond Lichtenvoorde onder handen waren genomen, behoorde de wateroverlast tot het verleden.
Aan deze dijk stond de voormalige Boerenleenbank (nu Rabobank). Het bestuur was niet tevreden over die straatnaam. Op 7 januari 1966 stuurde de secretaris daarover een brief naar het college van B en W. Hij schreef dat er in Lichtenvoorde enkele straatnamen die eindigden op dijk waren gewijzigd. Als voorbeeld noemde hij de Koksdijk en de Schievegatsdijk, die waren veranderd in respectievelijk de Edisonstraat en de Martin Leliveltstraat.
Hij offreerde het gemeentebestuur een passender naam, namelijk Raiffeisenstraat. Met die naam werd bij de buitenstaanders de indruk ontnomen dat men hier met een bank in de polder te maken zou hebben. Van de gemeente kreeg de bank op 19 januari 1966 bericht dat, met het oog op de daaraan verbonden consequenties, een naamswijziging onverstandig zou zijn.